HET KONINKLIJK BRUILOFTSMAAL VAN GOD

Pastor W. Boerkamp O Carm

 

28-door het jaar-A
Matteus 22,1-14
+ www.bewustchristen.nl  -2008-spirituele overweging-w.boerkamp o.carm.-groen


Het leven moet eigenlijk een groot feest zijn
Iedereen wordt daartoe geroepen en uitgenodigd door God,
maar weinigen zijn hun uitverkiezing waardig,
en reageren verantwoordelijk op dit feest van het leven.
Jezus daarentegen is een mens met feest in zijn hoofd.
Hij praat over een bruiloftsfeest van God de Vader
voor zijn Zoon Jezus Christus, de bruidegom van de kerk.
Het lijkt op een allergrootste maaltijd boven op een berg,
zoals de eerste lezing vandaag zegt. ( Jes. 25,6-10a)
God nodigt ieder van ons uit tot de Messiaanse maaltijd
en er blijven alleen maar tranen over van het lachen.
Eenmaal moet je rekenschap geven van alle goede dingen
in je leven die je genoten zou kunnen hebben,
maar waarvan je om allerlei uitvluchten en smoesjes niet geniet.
Eenmaal zul je je bruiloftskleed moeten laten zien.

Jezus houdt vaak maaltijd met mensen.
Voor het eten bidden wij als christenen:
De koning van de eeuwige heerlijkheid moge ons ook
eenmaal deelgenoten maken van het Hemels Gastmaal.
Samen aan tafel heeft iets intiems en kweekt verbondenheid.
De eetcultuur zegt veel over hoe een samenleving in elkaar zit.
Wie eet met wie en wie gaat om met wie en ga zo maar door.
Jezus gaat bewust aan tafel zitten met mensen die zich bevinden
aan de rand van de samenleving en die vaak worden geweerd:
de zo genaamde onreinen, vreemdelingen, hoeren en tollenaars.
Dat gedrag van Jezus aan tafel is al een gelijkenis op zichzelf.
Vandaag vertelt Hij er ook nog een verhaal bij over een maaltijd.
Hieruit blijkt dat Hij bij hen aan tafel zit, omdat zoín maaltijd
voor Hem het beeld is en tevens het werkelijk het begin is
van het feest van Gods koninkrijk, dat voor alle mensen
zonder enig uitzondering is bestemd.
Juist met maaltijden en aan maaltijden heeft Jezus
op profetische wijze vele en heel unieke dingen gezegd.

Het rijk der hemelen gelijkt op een bruiloftsfeest
Het Koninkrijk van God heeft iets van
zoals wij hier nu bij elkaar aan tafel zitten, zei Jezus dan.
Kinderen van een Vader die bij God zelf te gast zijn.
Het heeft iets van een bruiloftsmaal, waar de liefde gevierd wordt.
Denk maar een aan een koning die voor zijn zoon een bruiloft aanricht.
Komt, want alle dingen zijn gereed, zeggen zijn dienaren.(=profeten)
Dat klinkt mooi, maar de mensen laten het bijna allemaal afweten.
Eerst laten de oorspronkelijke genodigden van IsraŽl het afweten.
De oude profeten zijn immers gemarteld en gedood.
Johannes de Doper en Jezus worden daarna ook vermoord.
Tenslotte ook verschillende apostelen met Jeruzalem in brand gestoken.
(70 n.Chr.) Vervolgens wordt de bruiloftszaal voor iedereen
van heel de mensheid opengesteld, vreemde gasten dus in het paleis,
arme mensen zonder verplichtingen en zo van de straat gepikt.
Juist voor hen is gedekt en juist zij zijn welkom in de nieuwe wereldorde
van God, de slechten zijn even welkom als de goeden.
Ze moeten zich wel bekleden met de mantel der gerechtigheid.
Maar mensen die zonder bruiloftskleed binnen komen
worden pertinent geweigerd en buiten gezet.
God neemt het initiatief en nodigt uit, maar je moet je tijdens
je menselijke levensloop wel (laten) bekleden met passende kleding.
God ziet je graag zoals je bent, maar dan wel in feestkleding.
Het gaat om een levensgedrag, dat je grotendeels zelf in handen hebt.
God moet immers koning worden in je leven en niet jij zelf.

Bekleed je met de Nieuwe Mens, Jezus Christus.
In het liturgisch-kerkelijk jaar zit een spanning tussen twee polen:
Enerzijds viert Jezus Christus ons tegemoet via de Advent
en Kersttijd met de aankondiging en zijn geboorte,
in de Veertigdagentijd en Paastijd met zijn voorbijgaan en opstanding.
Anderzijds leven wij Hem tegemoet via Pinksteren als feest
van onze zending, staande in de Drie-eenheid en met ons sacramenteel
denken en leven tot de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Dat gebeurt in de viering van de mysteriŽn (=Geheimen) van Jezus Christus
enerzijds en tegelijk ook in de doorwerking ervan in ons leven anderzijds.
Gods gave nodigt ons uit zo goed als God te worden in Christus.
Wij worden voortgaand omgevormd naar de eeuwige ontmoeting.
Via het feestmaal van de eucharistie worden wij verlokt en geroepen
tot de eeuwige aanschouwing van het Mysterie van God in ons leven.

God neemt ons aan tot zijn Zoon en Dochter
Hij vraagt van ons het bruiloftskleed
van ons tijdelijk leven over te geven.
Vlucht daar niet van weg, maar ga op die uitnodiging in.
Wordt niet kwaad, omdat je zogenaamd geen tijd van leven hebt.
Anders gaan anderen zonder passende kleding je plaats innemen.
God geeft een bruiloft in zijn Zoon Jezus Christus,
die de kerk als zijn bruid heeft gevonden op aarde.
Het gaat Hem kost wat kost om een volle bruiloftszaal voor allen.
Dat kunnen wij niet zelf organiseren, maar alles vermag ik
in Hem die mij kracht geeft, zegt Paulus (Fil. 4,12-14.19-20).
Het passend bruiloftskleed wordt ons met het leven zelf meegegeven.
Ook al is het nooit helemaal af, als het maar een beetje lijkt
op het bruiloftskleed van Gods enige Zoon:
Want als God ons aanneemt als zijn kind,
an heeft hij daarvoor ook ons eigen bruiloftskleed nodig.
Moge wij zo met ons bruiloftskleed binnengaan
in het eeuwig bruiloftsmaal. Amen.