MET EEN KIND ALS LIEFDE IN ONS MIDDEN

Pastor W. Boerkamp O Carm

 

25-Door het jaar-B
Marcus 9,30-37
+website: www.bewustchristen.nl -2009- spirituele overweging- w.boerkamp o.carm.-groen



Jezus valt in de handen van de mensen
Je moet maar afwachten wat ze met Hem gaan doen.
Tegelijk plaatst Hij van zijn kant een kind midden tussen
ons volwassen mensen, slaat zijn armen om het kind heen
en neemt het op in naam van God, zoals Hij zegt.
Zoals dat kind zou Hij zelf ook wel opgenomen willen worden door mensen.
Zo zou elke mens wel ontvangen en aanvaard willen worden door anderen.
Ik ten minste wel. Als de kleinste, de minste, de laatste,
de dienaar van allen kun je God ook beter vinden en op het spoor komen
dan in de grootste, de machtigste, de meest bazige van allen.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar, zegt psalm 146.

De Mensenzoon wordt overgeleverd en gedood
Langs die weg zal Hij opstaan en verrijzen.
Dat is de kern van wat Jezus zijn leerlingen en ons duidelijk wil maken.
Bij dit onderricht mag hij niet gestoord worden en niemand mag het weten.
Want het is zo belangrijk, dat het slechts thuis in besloten kring
en in het bij-zijn van weinig mensen verteld kan worden.
Zijn leerlingen begrijpen, dat het zo belangrijk is,
dat ze zelfs niet durven vragen waar het over gaat.
Laten we Hem veroordelen tot een schandelijke dood,
zo lezen we vandaag in de eerste lezing.(Wijsheid 2,12.17-20)
om te zien of God deze vrome komt helpen of niet.

Een kind in ons midden als model van een gelovige
En eenmaal thuis durven zijn leerlingen ook niet te vertellen,
waar zij het onderweg tijdens de wandeling over gehad hebben.
Zij hadden immers een woordenwisseling gehad over wie de grootste was.
En dan juist maakt Jezus de kern van zijn leer duidelijk
aan de hand van een kind, dat Hij als model in hun midden zet.
In dit aanschouwelijk onderwijs voegt Hij de daad bij het woord.
Jezus leert de leerlingen de kunst van het klein- zijn,
terwijl zijn leerlingen zich eerder willen bekwamen in
de kunst van het groot-zijn of liever nog groter zijn dan anderen.
Van zijn volgelingen van hoog tot laag vraagt Jezus
om Hem na te volgen als een dienst,
om dienaar te worden van allen, voetveeg van allen betekent dat.

Werkelijk mensenzoon zijn dat betekent
afhankelijk durven zijn van andere mensen, iemand die aangewezen is
op de zorg van anderen, je broosheid durven laten zien aan anderen.
Iemand zijn van wie je kunt houden, maar die tegelijk
ook gehaat en verworpen kan worden door andere mensen.
Want anderen kunnen je maken en breken.
Ze kunnen je ten diepste vernederen
en je tegelijk ook de hoogste waardigheid toekennen.
Als zoon en dochter van God moeten wij beiden doorleven.

Als je kijkt naar dat kind wat zie je dan?
Eenmaal thuis gekomen maakt Jezus
zijn leer duidelijk aan de hand van het kind,
dat ons hierin onderwijst en dat model voor ons staat in Gods naam
Als je kijkt naar dat kind wat voel je, denk je, hoor en zie je dan?
Wat zou je dan willen voor jezelf in je eigen leven?
Dat is de vraag en dat leert mij tenminste
mezelf niet in het middelpunt te zetten,
maar de-naam-van-Jezus te begroeten in ieder,
die ik ontmoet en die mij zelf ontvangt en opvangt,
ook al vind ik die persoon soms minder belangrijk dan mezelf.

Slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten
Een ander ontvangen -het maakt niet uit of hij kind is, jongere,
oudere, iemand die niet meetelt of die teveel zus of teveel zo is
of die volgens menselijke maatstaven niet meetelt-
Het gaat om een ander ontvangen met de uitnodiging
er werkelijk te mogen zijn en tot zijn recht te komen.
Als je dat durft te ontvangen dan ontvang je Jezus
en dan ga je Zijn woorden begrijpen en God die leven geeft
en die Jezus gezonden heeft .(Vgl. 2e lezing Jak.3,16-4,3)
Als je dat niet aandurft en jezelf boven de ander plaatst,
of hem probeert uit te schakelen door meer te zijn,
beter te zijn, voornamer te zijn, dan lever je in feite de ander uit.

Wie het kind negeert, die negeert Mij en God die mij zendt.
Dat is de kern die de leerlingen nog niet kunnen begrijpen.
Jezus wordt uitgeleverd in ieder mens, die ik het leven niet gun
en die ik de kans niet geeft en ook als ik weiger te ontvangen,
omdat het niet bij mij past: Als ik niet ontvang, dan lever ik uit.
Ook het kind dat niet omarmd wordt valt in handen van mensen,
wordt gedood en weggejaagd en mag er niet zijn.
Maar als wij zelf ontvangen en ontvangen worden,
ook al komt ons dat niet uit en is het niet volgens onze criteria,
wensen, eisen en behoeften, dan zullen wij ook werkelijk Jezus ontvangen.
Dan krijgt ook Gods liefde de kans in ons zelf vlees en bloed te worden.

Overlevering en dood is de weg van opstanding en verrijzenis.
Gods leven komt in ons door de dood heen, door de angst heen,
door de weigering heen, door onze weerstand heen.
In dat spanningsveld staan wij: Ik wil het wel, maar de vraag is
of ik er ook beter van wordt. Je bent bang om je zelf te verliezen,
maar Jezus maakt ons juist duidelijk dat dat niet nodig is.
Hij helpt ons juist te doen wat wij niet uit ons zelf alleen kunnen.
Mogen wij in ons dagelijks leven onbevlekt als een kind durven ontvangen
en ontvangen worden, ook al weten we van te voren niet wat de uitkomst is.