JULLIE, CHRISTENEN, WEES ZOUT EN LICHT

Pastor W. Boerkamp O Carm

 

5-Door het jaar-A
Matteus hst.5,13-16

+website: www.bewustchristen.nl-2011-spirituele overweging-w.boerkamp o.carm.-groen



JULLIE ZIJN HET ZOUT EN HET LICHT


Jullie zijn het licht van de wereld.
Sinds Jezus komen wij als christenen in het volle licht te staan.
Dat licht moet op de kandelaar, zodat het maximaal werkt
en door anderen wordt opgemerkt in jullie gedrag,
zodat ook zij God de Vader gaan loven en prijzen in de hemel, zegt Jezus.

Je bent niet zelf het licht,
maar je moet getuigen van het licht dat God is.
Laat dat licht van die God van binnen uit door je heen gaan
en wees tegelijk doorschijnend van God naar de ander tot op het bot.
Wij komen zelf voort uit het licht sinds die eerste oerknal, zeggen sommigen,
toen God in het begin een scheiding maakte tussen donker en licht.
En dat doet God nog elke dag als het licht wordt.
En als wij eenmaal doodgaan dan zal het eeuwige licht van God ons verlichten:
Heer geeft hem de eeuwige rust bij God, zoals een kind dat rust
aan de borst van de moeder, zoals psalm 131 zegt
en een eeuwig licht verlichtte hem.

Licht komt voort uit het donker,
zoals de dag voortkomt uit de nacht,
elke morgen als het licht je aanstoot in de morgen.
Sínachts weet je pas wat licht is en vraag het eens aan een blinde,
want die weet pas wat licht is, juist als je niet kunt zien.
Als de stroom van het licht plotseling uitvalt dan weet je pas wat licht is.
Dan ervaar je pas het verschil.
Als de zon er niet zou zijn waren we nergens.
De komst van God in Jezus op deze wereld
wordt vergeleken met het komst van het licht.

Jullie zijn ook het zout der aarde, zegt Jezus.
Zout op zichzelf is niets en betekent niets.
Het begint pas te werken als het ergens in zit
en contact krijgt met iets anders.
Zo kunnen echte christenen de verhoudingen tussen mensen
ontdooien als op een gladde weg.
Christenen die op zichzelf blijven betekenen dus ook niets.
Ook de kerk is dus niet los op zichzelf verkrijgbaar.
Een kerk die niet dient die dient tot niets.
Wij zijn altijd kerk in de wereld en we komen pas tot ons zelf
als we werkzaam zijn in de wereld.
Wij zijn samen kerk en moeten samen dienstbaar zijn op aarde
en de wereld doortrekken als zout.
Zonder dat zout van God smaakt het leven niet en cultiveren wij de dood.

Wat ik geloof mag ik niet voor mezelf houden,
want daar heeft een ander alles mee te maken.
Ons christelijk geloof is niet alleen voor je prive-leven achter de voordeur,
maar het moet ook de straat op en gaan werken in de buurt,
op school en op het werk en in de openbare ruimte iets betekenen.
Soms vragen wij ons af waar de katholieken blijven in deze tijd
waarin de kerk zo geplaagd wordt.
Er zijn vele doe-vrijwillligers, maar waar zijn onze
intellectuelen en mensen die gestudeerd hebben gebleven op het midden veld?
Gelukkig zijn er steeds meer nieuwe katholieken die ontdekken,
dat geloven en gestudeerd hebben juist prima samengaat.
Alles heeft met politiek te maken, maar politiek is niet alles,
want we hebben als christenmensen ook andere meer diepgaande verlangens.

Alles heeft wel te maken met Godsdienst,
met mijn manier van eten en drinken, met hoe ik mij kleedt
en het huis en de auto en de vakantie die ik koop.
Christen zijn raakt heel mijn levensloop:
Hoe ik omga met het begin van het leven en met opvoeding en vorming,
hoe ik woon en intimiteit beleef, en of ik barmhartig ben
en ook hoe ik omga met het einde van het leven en met de dood.
Op allerlei manier zijn wij juist als christenen
bewust of onbewust werkzaam in deze wereld.
Wij werken enerzijds als zout dat louterend werkt
en smaak geeft aan het leven en anderzijds werken wij
ook als licht dat verlichting brengt in een vaak zinloze samenleving:
Christenen zijn verlichte mensen die zuiverend werken
en het leven duurzaamheid geven, zodat het niet bederft.
Amen