![]() |
|
![]() |
|
|
RELIGIEUS LEVEN VINDT WEG WEER
NAAR BOVEN Nederlandse Karmelbeweging komt zat.17 nov. 2007 in Titus Brandsmakerk te Colmschate Toenemend verlangen naar zingeving en spiritualiteit in de samenleving. Voor congressen wat dat betreft zijn soms twee keer zoveel aanmeldingen als er plaatsen zijn. Voor gastenverblijven in kloosters moet je soms zelfs meer dan een jaar van te voren boeken. We hebben al heel lang het vermoeden, dat er van alles in beweging is en dat veel mensen op zoek zijn naar zingeving. Maar al te vaak zijn dat zwevende gelovigen zonder een bepaald kerkelijk dak boven hun hoofd, zoals je in de politiek tegenwoordig ook veel zwevende kiezers hebt los van de partijen. In onze hectische samenleving verlangen steeds meer mensen naar momenten van bezinning.Ze zoeken naar een nieuwe oriëntatie in hun leven. Dat kun je onder meer zien aan het grote aantal mensen dat plaatsen van stilte opzoekt en bij voorbeeld mee gaat met een spirituele zoektocht of gewoon op weg gaat naar Santiago de Compostella. Religieuze leven niet voorbij maar veranderd. Het is een grote misvatting, dat het religieuze en godsdienstig leven zijn langste tijd zou hebben gehad. Tijdens de laatste decennia is vooral de neergang van de kloostergemeen- schappen in beeld geweest. Veel gemeenschappen zijn zich gaan bezinnen op hun toekomst en zijn volop bezig met verandering en vernieuwing. Dat heeft in sommige kloosters geleid tot nieuwe intredingen, maar ook tot allerlei vormen waarin mensen zich met kloosterge- gemeenschappen kunnen associëren, bij voorbeeld door plaatselijke deelname aan activiteiten en vieringen in gemeenschappen ter plaatse. Opkomst van nieuwe wereldwijde lekenbewegingen. Een andere ontwikkeling is de opkomst van lekenbewegingen zoals vroeger eind 14e eeuw die van Geert Grote in Deventer, die aan de wieg stond van de Moderne Devotie. De nieuwe Nieuwe Karmelbeweging in Nederland (1995) is ook een voorbeeld van die nieuwe wereldwijde bewegingen. Uit al die voorbeelden blijkt dat het religieuze leven niet voorbij is, maar veranderd. (Vgl. Verslag congres in Nijmegen 3 okt.2007 van Voorzitter KNR) In de samenleving is van alles aan de hand. De mens lijkt helemaal niet zo autonoom te zijn als die soms wel denkt. Niet alles is maakbaar en we kunnen niet alles oplossen.We gaan allemaal een keer dood en we worden geconfronteerd met oorlog, met zinloos geweld, met botsende culturen, zoals nu met de komst van de Islamitische cultuur in Europa. Dat alles roept voortdurend vragen op naar de zin van het leven. Welnu, voor mensen die op zoek zijn, kan het religieuze leven een wegwijzer zijn, die hen helpt hun eigen weg met God in hun leven te vinden. Semi-religieuzen als terugkerend verschijnsel in onze overgangstijd Semi-relieuzen zijn geen half-lingen, maar eerder Godszoekers en religieus in brede zin. In die brede zin heet iemand religieus, die in zijn eigen huis heilig en religieus leeft ook al is hij of zij niet geprofest en ben je zogenaamd geen professional. (definitie van 1253). Hij of zij leidt een strikter en heiliger leven dan de overige mensen in de wereld, die helemaal werelds leven en zich nergens aan gebonden voelen. Dit verschijnsel dat zich nu voor doet is dus al eeuwenoud. Zo waren er vroeger ook vrouwen die begijnen worden genoemd en die samenwoonden en kritische met elkaar leefden in een huis, zoals ook mannen die begarden werden genoemd. In Amsterdam is nog een Begijnenhof te zien. Zij konden stoppen als ze dat wilden. Het werd toen een soort levensweg tussen religieuzen en leken en werd de via media genoemd. Zo koos ook de zo genaamde derde orde van Franciscus voor een vroom leven zonder vaste, levenslange en kerkordelijk duidelijk geregelde erkenning in een aparte levensstaat als religieus met de drie geloften. Men zag vrijwillig af van de plechtiger vormen van erkenning, eenvoudigweg omdat semi-religieuzen dat niet nodig vonden. De Broeders en zusters van het Gemene Leven in de late Middeleeuwen. Ook zij kozen uitdrukkelijk voor deze onduidelijke rol. Niettemin woonden zij vaak samen in een huis. Zij zagen vroom leven zonder geloften als een hoger goed dan vroom leven onder geloften: je moet er dagelijks voor blijven kiezen net als mensen die samenwonen. Eenzelfde verhaal is in Nederland over de klopjes te vertellen. Dat zijn de geestelijke maagden die in de tijd dat de katholieke eredienst in de Zeven Verenigde Provinciën verboden was, de godsdienstige opvoeding ter hand namen en zo het werk van priesters ondersteunden. (Vgl. Semi-religieuzen en andere godzoekers, Utrecht,KTU/Luce 12 mei 2004) Globaal zijn er vier grote gemeenschappelijke trekken van semi-religieuzen -Het zijn allemaal Godzoekers, mensen die graag en veel bidden, alleen en gezamenlijk, in de kerk en thuis. Zo lezen en luisteren zij naar Gods woord, overwegen dat en bidden van daaruit. Zo leren ze onderscheiden wat God van hen wil. -Alle groepen zijn wat wij tegenwoordig noemen sociaal geëngageerd in een of andere sector van de samenleving. Wat zij ook doen en in welke sector ze ook bezig zijn: ze herkennen in de armen hun meesters en leraren. Studie en onderwijs neemt bij een aantal van de ze semi-religieuze groepen een belangrijke plaats in. Zo hoeven wij slechts te denken aan de scholen van de Broeders van het Gemene Leven. Andere zijn meer franciscaans georiënteerd en daarom actief in de verpleging en in de verzorging. -De semi-religieuzen wonen zelfstandig en ontwikkelen daarom een eigen model van gemeenschappelijk leven, dat zowel eenvoudig als doeltreffend is. Doorgaans komen zij eens per maand bijeen voor gezamenlijke bezinning.Dan eten ze gezamenlijk en praten ze bij; Ze luisteren naar Gods woord of naar een inleiding en overwegen dat in gemeenschap en bidden de getijden. Ze dragen ook hun penning bij aan de onderlinge solidariteit. Het lijkt weinig, maar het werkt goed, vooral als de broeders en zusters dit vele jaren volhouden. Zo kan een echte gemeenschap in de wereld ontstaan.Dit zou in onze tijd ook een goede weg zijn naar een (Karmelitaans georiënteerde) kleine groepenkerk. Tenslotte is er van buitenaf een aandrang om “gewoon” religieus te willen worden, met alle erkenning en controlemechanismen van dien. Het kenmerk van de Nederlandse semi-religieuzen van de Moderne Devotie Dat was bovendien de gehoorzaamheid en rechtgelovigheid, praktische zedelijkheid en nuchterheid (Vgl. Huizinga’s Herfsttij) Die eigen aard betekent geen koude drukte, geen vertoon. Het vergt slechts een eigen vorm van volwassenheid: men heeft geen erkenning nodig. Het “goed gevormde eigen geweten” is erkenning genoeg. Men hoeft zijn voortreffelijkheid niet van de daken te schreeuwen, want daar worden de armen toch niet beter van. Je hoeft ook geen dissident te zijn die een scheuring veroorzaakt. In de lage landen is de eenvoudige wil om steeds preciezer en deugdzamer te gaan leven voldoende. De continuïteit met moderne vormen van semi-religieuzen Ook nu in onze dagen komen er steeds meer mensen die gewoon evangelisch willen leven zonder zich aan de drie geloften te verbinden. Dat gebeurt maar al te vaak op dezelfde nuchtere, bescheiden, praktische wijze als in het verleden. Het zijn beslist geen mensen die alleen maar aanleunen tegen geprofeste religieuzen, als mensen die ‘nog niet’ de weg hebben gevonden, als mensen die slechts semi-narist zijn. Het afzien van officiële kerkelijke erkenning als professionals is geen gebrek aan discipline of stil protest tegen de kerkelijke macht. Het is een rijpe vrucht van een sterk verinnerlijkte spiritualiteit. Nederlandse Karmelbeweging te gast in Colmschate. De Karmelbeweging van leken houdt haar halfjaarlijkse ontmoetingsdag op zaterdag 17 november 2007 in Deventer/Colmschate in de Titus Brandsmakerk, Titus Brandsmaplein 2, 7423 EM Deventer tel. 0570-652618 of:0570-656258 of:06-42151919 Voor aanmelding ontmoetingsdag: muldermota@home.nl of wil.boerkamp@planet.nl voor verdere inlichtingen ter plaatse. |
|||