ZALIGVERKLARING VAN TITUS BRANDSMA
O.CARM. IN ROME 1985
Overweging van paus Johannes Paulus II in de Nederlandse vertaling
1.De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand (Wijsheid 3,1)
De kerk luistert naar het Woord God op deze zondag, 3 november 1985, na
het feest van Allerheiligen en na Allerzielen, de dag die gewijd is aan
de herdenking van alle overleden gelovigen.
De kerk luistert naar dit woord op de dag, waarop zij Titus Brandsma tot
de eer der altaren verheft, een zoon van Nederland, een kloosterling van
de Orde van Karmel.
Nogmaals is een mens rijp voor de eer der altaren, die door kwelling van
het concentratiekamp is heen gegaan, van het kamp van Dachau. Een mens
die kastijding onderging, volgens de woorden van de liturgie van
vandaag. (Wijsheid.3,4)
En juist te midden van deze kastijding, in het concentratiekamp, dat het
schandelijk brandmerk blijft van de twintigste eeuw, heeft God bevonden,
dat Titus Brandsma Hem waardig was (vgl.Wijsheid 3,5)
Vandaag leest de kerk de tekenen van deze Goddelijke goedkeuring en
verkondigt zij de heerlijkheid van de allerheiligste Drie-eenheid,
terwijl zij samen met de schrijver van het boek der wijsheid belijdt:
De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen foltering zal
hen deren.
2.In de ogen van de mensen onderging hij kastijding
En toch is Titus door de foltering heengegaan: in de ogen van de mensen
onderging hij kastijding. Ja, God heeft hem op de proef gesteld. De
voormalige gedeporteerden van de concentratiekampen weten zeer goed wat
voor een menselijk Calvarie die plaatsen van kastijding waren. Plaatsen
van grote beproeving voor de mens:
Beproeving van de fysieke krachten, meedogenloos voortgedreven tot aan
de volledige vernietiging.
Beproeving van de morele krachten…Misschien spreekt daar het evangelie
van deze dag nog beter over, dat het gebod van de liefde voor de
vijanden in herinnering roept.
De concentratiekampen waren georganiseerd volgens het programma van de
verachting voor de mens, volgens het programma van de haat.
Door welke beproeving van het geweten, van het karakter, van het hart,
heeft een volgeling van Christus moeten gaan die zijn woorden over de
liefde voor de vijanden gedachtig was.
Haat niet met haat beantwoorden, maar met liefde. Dit is wellicht een
van de grootste beproevingen van de morele krachten van de mens.
3.Titus Brandsma is als overwinnaar uit deze beproeving gekomen.
Waar haat heerste, heeft hij weten lief te hebben: allen, ook zijn
bewakers: “Ook Zij zijn kinderen van God” , zei hij, en misschien blijft
er wel iets in hen hangen…”” ..
Zo’n heldhaftigheid improviseert men zeker niet.
Zij is gerijpt in heel het leven van pater Titus, vanaf de eerste
jeugdervaring in een diep christelijk gezin, in zijn geliefd Friesland.
Door het woord en het voorbeeld van zijn ouders, door het onderricht in
de kerk van zijn dorp, door de liefdadigheid die in de parochie beoefend
werd, leerde hij het voornaamste gebod van Christus kennen en in de
praktijk brengen, het gebod van de liefde voor allen, ook voor de
vijanden.
Deze ervaring tekende hem diep en gaf richting aan heel zijn leven. De
activiteiten die pater Brandsma in de loop van zijn leven ontplooide,
waren verrassend veelvuldig; maar als men zoekt naar de bron van
inspiratie en naar de stuwende kracht, dan vindt men deze hierin:
in het gebod van de liefde tot zijn uiterste consequenties.
4.Naast hoogleraar was hij ook een vriend voor hem die niemand heeft.
Pater Brandsma is vooral hoogleraar in de wijsbegeerte en in de
geschiedenis van de (spiritualiteit en) mystiek geweest aan de
katholieke universiteit van Nijmegen. Aan deze taak besteedde hij het
beste deel van zijn menselijke en professionele krachten en hij gaf
daarin een wetenschappelijke vorming aan een grote schare studenten.
Maar hij beperkte zich niet tot het overdragen van abstracte begrippen,
los van de concrete problemen van het bestaan. Pater Titus hield van
zijn leerlingen en daarom voelde hij zich verplicht hun waarden mee te
geven, die zijn eigen leven inspireerden en ondersteunden. Zo ontstond
er ene dialoog tussen de leraar en de leerlingen, die niet alleen de
grote vragen van alle tijden omvatte maar ook de problemen, die
opgeroepen weren door de gebeurtenissen van een tijdperk waarop de
Nazi-ideologie steeds meer donkere schaduwen wierp.
De studenten vormden slechts een klein deel van de veel ruimere
nationale realiteit. Het hart van pater Titus kon niet onverschillig
blijven voor de vele broeders en zusters buiten de academische
instellingen, die ook behoefte konden hebben aan een verhelderend woord.
Voor hen werd hij journalist. Vele jaren werkte hij mee aan dagbladen en
tijdschriften en verspreidde hij de rijkdom van zijn geest en gevoelens
in honderden geschriften.
En ook hier was zijn medewerking niet alleen professioneel: voor veel
collega’s was hij een discrete vertrouweling, een raadgever die licht
gaf, een oprechte vriend die steeds bereid was hun moeilijkheden te
delen en hoop in te storten.
5.Geen enkele hinderpaal kon Gods liefde in Titus weerhouden
Geen enkele hinderpaal kon de liefde van hem weerhouden, waardoor de
grote karmeliet werd bezield. Het is ook deze liefde die de inzet
verklaart waarmee hij de oecumenische beweging bevorderende, met een
houding van standvastige trouw aan de kerk en van volledige royaliteit
voor hen ,die tot andere confessies behoorden. Getroffen door zo’n
lichtend getuigenis van evangelische samenhang zou een dominee van hem
zeggen;
“Onze dierbare broeder in Christus Titus Brandsma is werkelijk een
mysterie van genade”.
Een bijzonder doordringend doordeel! Wat vooral bewondering opwekt in
het leven van pater Brandsma, is juist deze steeds duidelijker
ontplooiing van de genade van Christus.
Hier ligt het geheim van de wijde uitstraling van zijn actie, de bron
van zijn altijd frisse golf van zijn liefde. Pater Titus was er zichzelf
overigens geheel van bewust alles aan de genade te danken te hebben, dat
wil zeggen aan het goddelijke leven dat in hem werkte en in zijn ziel
vloeide uit de onuitputtelijke bronnen van de Verlosser. Het woord van
Christus; “Los van Mij kunt gij niets” (Joh.15,5) was voor hem het
leidend beginsel voor de dagelijkse keuzen.
Hiervoor bad hij vurig. Hij zei: “het gebed is leven, niet een oaase
inde woestijn van het leven” Als professor in de geschiedenis van de
mystiek spande hij zich in de leer die hij onderwees, ieder ogenblijk
van zijn leven in praktijk te brengen. ”Wij moeten geen scheiding maken
tussen God en de wereld in ons hart” zei hij, “maar wij moeten naar de
wereld kijken met God steeds op de achtergrond”
Uit deze diepe vereniging met God ontsprong in de ziel van pater
Brandsma een voortdurende stroom van optimisme, dat hem de sympathie
opleverde van allen die het geluk hadden hem te ontmoeten, en dat hem
nooit in de steek liet: het vergezelde hem ook in de hel van het
naziekamp.Tot het einde toe bleef hij voor de andere gevangenen een bron
van steun en hoop: hij had voor allen een glimlach, een woord van
begrip, een gebaar van goedheid.
De “verpleegster” die hem op 26 juli 1942 het dodelijke spuitje gaf,
getuigde later, dat haar steeds levendig het gelaat voor de geest stond
van die priester die “medelijden met mij had”.
En vandaag staat het gelaat van pater Titus Brandsma ook ons voor de
geest en wij zien de stralende glimlach daarop in Gods heerlijkheid. Hij
spreekt tot de gelovigen van zijn land,
Nederland, en tot alle gelovigen van de wereld, om nogmaals te
bevestigen wat de overtuiging van heel zijn leven is geweest: “al wil
het nieuwe heidendom de liefde niet meer…toch zal de liefde ons weer het
hart van de heidenen doen winnen… de praktijk van het leven zal haar
altijd weer een kracht doen zijn, die de harten van de mensen overwint
en gevangen houdt”.
6.God heeft hem op de proef gesteld, gekeurd en aanvaard
Wanneer wij de levensbeschrijving van Titus Brandsma horen, wanneer wij
de ogen van de geest richten op de ijver voor het apostolaat van deze
dienaar Gods en vervolgens op zijn marteldood, dan krijgen de woorden
van de liturgie van vandaag een bijzondere welsprekendheid: “God heeft
hem op de proef gesteld…
Hij heeft hem gekeurd als goud in de smeltkroes en hem aanvaard als een
brandoffer”
(vgl. Wijsheid.3,5-6)
Zo heeft geen enkele foltering hem gedeerd, daar de kastijding offer
werd naar het voorbeeld van het kruis van Christus. En het offer gaat
door de foltering heen en overstijgt en overwint haar. Daarin ligt de
hoop die vol onsterfelijkheid is. (Vgl.Wijsheid 3,4)
De hoop waardoor men “grote weldaden” ontvangt. (Vgl. Wijsheid 3,5)
Zo heeft het kruis van Christus tot Titus Brandsma gesproken. Zo moet
het ieder van ons aanspreken:
“Draag uw deel van de last” (2 Tim.2,3)
“Houd in gedachten, dat Jezus Christus……uit de dood is opgestaan (2
Tim.2,8)
Zie: “voor het evangelie heb ik zelfs als een misdadiger gevangenschap
te lijden”( 2 Tim.2,9)
7. Dit alles lijkt Titus Brandsma ons vandaag te zeggen
met behulp van de worden van de apostel van de heidenen:
“Als wij met Christus gestorven zijn, zullen wij met Hem leven”(2 Tim.
2,11)
“Het woord van God laat zich niet in boeien slaan” (2 Tim.2,9), het
heeft zijn heilbrengende kracht getoond in de dood van de martelaar.
Deze martelaar is een mens van deze tijd. Hij is uw landgenoot, dierbare
broeders en zusters van Nederland.
“De zielen van de rechtvaardigen….. zijn in Gods hand”, maar de dood en
de glorie van deze rechtvaardige behoren op bijzonder wijze aan u toe,
aan uw kerk en aan uw natie.
Spreken daarover niet de uitdrukkingen, die wij bij gelegenheid van de
zaligverklaring van deze dag lezen in de brief van Paulus?
“Ik ben bereid alles te verdragen ter wille van de uitverkorenen, opdat
ook zij heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid “ (2
Tim. 2,10)
Wij willen deze woorden heel in het bijzonder betrekken op de kerk en op
de natie, waarvan de Zalige Titus Brandsma een zoon is.
”Gezegend is God in zijn heiligen en heilig in al zijn werken” Amen.
Voorbede
-God, U bent ons altijd nabij, allereerst in ons binnenste maar ook
daarbuiten,
maak ons bewust van uw voortdurende aanwezigheid midden onder ons.
Dat wij de geest en de tekenen van deze tijd mogen verstaan en doorzien:
laat ons bidden……
-Dat wij, geraakt door U, ons niet bij de feiten neerleggen,
maar de vinger leggen op die situaties waar de geschiedenis zich dreigt
te herhalen in onze tijd. Laat ons bidden….
-Voor allen die begaan zijn met vrijheid van geweten en religie en
politieke overtuiging,
dat wij niet zweren bij ras, bloed, bodem, natie en eigen volk en eigen
godsdienst het eerst, maar dat wij opkomen voor de waardigheid van ieder
mens: laat ons bidden….
|